Ravenna: Het mozaïek van de Doop van Jezus in de Jordaan’

HET MOZAÏEK VAN DE DOOP VAN JEZUS IN DE JORDAAN – in het Baptisterium (doopkapel) van de Arianen in Ravenna, Italië

Door de eeuwen heen kennen ikonen een redelijk vaste opbouw, waarin voor de ikonenschilder de mogelijkheid bestaat om in details nieuwe accenten te leggen. Het is boeiend om te zien hoe een ikoon daarom beïnvloed wordt door de tijd waarin deze is gemaakt.

De eerste afbeelding van de ‘doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Voorloper’ van rond het jaar 500 na Chr. is te zien in de koepel van het achthoekige Baptisterium van de Arianen in Ravenna. Om meerdere redenen is dit mozaïek uniek!

Baptisterium (doopkapel) van de Arianen in Ravenna
Baptisterium van de Arianen in Ravenna

Achthoekige doopkapel

Bijna zeker is voor de bouw in Ravenna als voorbeeld de achthoekige doopkapel van de St. Jan van Lateranen in Rome gebruikt, die in 432 door Paus Sixtus III werd ingewijd.

In de getallensymboliek geldt 8 als 7 + 1:  7 is het volmaakte getal, want het bestaat uit de goddelijke 3-eenheid (de Vader, de Zoon en de H. Geest) en 4 (de vier elementen van al het stoffelijke / van de wereld: water, vuur, aarde en lucht). Het getal 7 is de hemel en de aarde – alles in allen, het volmaakte getal.

Het getal 8 is voorbij de 7, nog voorbij het volmaakte: het kan gezien worden als het symbool van de hemel / het Nieuwe Jeruzalem. De achthoekige vorm van de kapel symboliseert daarmee de zaligheid die de gedoopte mens ten deel kan vallen.

Het mozaïek in de koepel van de Doopkapel in Ravenna heeft bijna ongeschonden ruim 1500 jaren overleefd. Het is ongeveer acht meter in doorsnee. Door het inklinken van de veengrond waarop de hele stad is gebouwd, ligt de ingang van het baptisterium nu 2 meter en 35 centimeter onder het straatniveau.

Er bestaat – ook in Ravenna – een nog iets oudere afbeelding (uit 458) van de doop van Jezus, die in de zogenoemde ‘Orthodoxe doopkapel’ te zien is, maar deze is rond 1860 helaas dusdanig ‘gerestaureerd’ dat de meest essentiële onderwerpen (de hoofden van Johannes en Jezus, het neerdalen van de H. Geest in de vorm van een duif en het water gieten via een schaal op het hoofd van Jezus) wezenlijk zijn veranderd.

We gaan terug naar het einde van de vijfde eeuw. Theodorik, de koning van de Oostgoten en aanhanger van Arius veroverde Ravenna in 493. Een paar jaar later laat hij daar een grote Ariaanse kathedraal bouwen. De achtkantige doopkapel ernaast werd iets later – rond 500 – gebouwd. Beide bouwwerken werden door Theodorik aan erediensten van de Ariaanse interpretatie van het christelijk geloof  gewijd.

Wie was Arius?

Arius was een presbyter in Alexandrië die leefde van ca. 250 – 336. Hij geloofde niet in de goddelijkheid van Christus en wees daarmee de Drie-eenheid af. Hij beweerde dat Christus zich in het begin van zijn leven niet bewust was van zijn zending. Arius – en later een grote groep aanhangers – verkondigde de mening dat Jezus door God als het ware ‘geadopteerd’ was en daardoor Gods Zoon genoemd kon worden. Deze theologische visie leidde tot felle discussies binnen de christelijke kerk.

Op initiatief van Keizer Constantijn werd daarom in 325 in Nicea een concilie gehouden. Daar is de christelijke geloofsbelijdenis, het Credo, opgesteld die benadrukt dat de Vader en de Zoon ‘homo-ousios / wezensgelijk’ zijn. De leer van Arius werd in Nicea daarom als ketters bestempeld en Arius werd verbannen. Nog anderhalve eeuw bleef zijn leer (bijvoorbeeld onder de Germaanse volken) leven.

Baptisterium (doopkapel) van de Arianen in Ravenna
Het gehele mozaïek in de koepel

Het gehele mozaïek in de koepel

Laten we het gehele mozaïek in de ronde koepel van het Baptisterium eens goed bekijken.

Deze toont een kring van 12 apostelen. Tien ervan hebben een martelaarskrans in hun hand, die zij uit eerbied met een deel van hun kleed vasthouden. Ze worden gescheiden door palmbomen, zoals psalm 92 zegt: ‘De rechtvaardige zal groeien als een palmboom’. Naast een lege troon waarop het kruis staat, bevinden zich rechts Petrus met de sleutel van de hemelpoort  en links Paulus met boekrollen in hun handen.

In het midden staat in een grote cirkel de afbeelding van de doop van Jezus in de Jordaan. De lege troon is waarschijnlijk met opzet achter de rug van de Jezus geplaatst. Vanuit de Ariaanse visie op het christendom had Jezus namelijk bij zijn doop geen weet van wat hem te wachten stond. Die troon is leeg en zal bij de wederkomst van Christus aan het einde der tijden gebruikt worden. De 12 apostelen zijn elk gescheiden door een palmboom die vruchten draagt. (Psalm 92, 13: ‘De rechtvaardige groeit als een palmboom’. Ze staan op het groene gras van de grazige weiden (Psalm 23). De vloeiende bewegingen in de kleding en de variatie in de kleren en de gezichten geven aan dat de makers van dit mozaïek echte vakmensen waren.

Baptisterium (doopkapel) van de Arianen in Ravenna
 Binnenring met de doop van Jezus

De binnenring: de doop van Jezus

Allereerst valt op hoe de kleuren van het mozaïek 1500 (!) jaar hebben doorstaan: ze zijn stralend en fris.

Meteen valt links de personificatie van de rivier de Jordaan op. Hij oogt met zijn ontbloot bovenlijf als een Romeinse godheid van al het stromende water – als Poseidon. Hieruit blijkt, hoe groot de Romeinse invloed nog was op de aanwezige religieuze gevoelens. Hij heeft een rietstengel in zijn rechterhand en op zijn hoofd staan twee fel rode pootjes van een krab. Links van hem – op het droge – ligt een kruik waaruit water stroomt. Hij kijkt naar Jezus en zijn linkerhand drukt misschien wel iets van verbazing uit. Hier gebeurt iets bijzonders! Het kleed dat hij draagt, heeft dezelfde kleur als de oever van de rivier waarop Johannes de Voorloper staat.

 Paneel van een ivoren troon in het aartsbisschoppelijk paleis in Ravenna

Deze verpersoonlijking van de Jordaan in de afbeelding van Poseidon zal op latere ikonen van de doop van Jezus niet meer terugkomen. Alleen op een paneeltje van een ivoren troon uit 550 is hij in het Museum van het Aartsbisschoppelijk paleis in Ravenna nog wel zichtbaar, maar dan half liggend onder water. In de eeuwen daarna zijn wel regelmatig een of twee klein figuurtjes in het water van de Jordaan zichtbaar. Altijd is er één – als zinnebeeld van de rivier –  in bezit van een kruik waaruit water stroomt. De ander is het zinnebeeld van de zee.

Johannes de Voorloper en de duif

Johannes wordt beschouwd als de laatste der profeten van het Oude testament en de eerste heilige van het Nieuwe testament. Daarmee is hij als een scharmier tussen de oude en de nieuwe era. Gekleed in een gespikkelde dierenhuid legt Johannes bijna voorzichtig en aarzelend zijn rechterhand op het hoofd van Jezus. Hij kijkt eerder naar de activiteit van de duif, dan naar Jezus. Het lijkt wel of hij bang is om de doop door de duif te verstoren, want het is niet Johannes die water over het hoofd van Jezus laat stromen, maar de duif. In zijn linkerhand houdt Johannes een herdersstaf. Hij zegent Jezus, terwijl uit de bek van de duif het doopwater loopt. Door wat hier gebeurt, kun je misschien zelfs  spreken van een ‘herschepping’ van de wereld, want we lezen in het boek Genesis hoofdstuk 1 vers 2: ‘En de Geest van God zweefde over de wateren’.

Baptisterium (doopkapel) van de Arianen in Ravenna
 Uitsnede van het mozaïek: de doop van Jezus in de Jordaan

Als je de vier verhalen over de doop van Jezus nauwkeurig bij de evangelisten naleest, staat er eigenlijk nergens dat de H. Geest over Jezus kwam, terwijl Hij in het water staat. Dit is in de regel echter wel zichtbaar op de ikonen van de doop van Jezus. Mattheüs en Marcus vermelden nadrukkelijk dat Hij – na de doop door Johannes – metéén het water verlaat. Pas  daarna daalt de Geest van God uit de hemel op Hem neer en klinkt er een stem die zegt: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie ik vreugde vind’ (Marcus 1; 10 en Mattheüs 3; 16)

Jezus

In het centrum staat Jezus. Hij staat daar baardloos, naakt en kwetsbaar als een jongeling in het water. Hij oogt als een onbeschreven blad, zonder geschiedenis. André Frossaard schrijft: ‘Overeenkomstig de Ariaanse leer die de goddelijke natuur van de Heiland verloochende, heeft de kunstenaar op de meest duidelijke manier de menselijke naaktheid van de gedoopte willen onderstrepen’. 

Zijn haar mag dan wel lang zijn, maar de levensjaren zijn niet van zijn uiterlijk af te lezen.

Hij maakt geen zegenend gebaar. Hij ondergaat, wat hem overkomt. Er is geen achtergrond met heuvels of bergen – het mozaïek toont intense en serene rust en ruimte: alles ademt een nieuw begin – de nieuwe schepping is begonnen.

Van nu af aan zal alles anders worden.

Bronnen o.a.:

+ André Frossaard, Het evangelie volgens Ravenna, Elsevier Brussel Amsterdam, 1985

+ Claudio Marabini, De mozaïeken van Ravenna, Atrium Cultuurgidsen, 1989