Tjalf Sparnaay – te zien tot 21 januari 2020 in het Museum Jan (van der Togt) in Amstelveen

Tjalf voor zijn ‘ikoon’: het gebakken ei

Op 17 november 2019 hield de schilder Tjalf Sparnaay (Haarlem 1954) een lezing over zijn werk voor ‘de vrienden van het Museum Jan (van der Togt). Als schilder met olieverf is hij autodidact en hij heeft een fascinerend mooie techniek in de loop van de jaren ontwikkeld. ‘Veel doen en leren van je fouten,’ zei hij daarover.

Als vijfjarige had Tjalf al de droom om schilder te worden. Op een oud schoolbord kwamen zijn eerste tekeningen. Maar ja, er moet brood op de plank en hij werd gymleraar op een Amsterdamse school. Toch bleef de wens om te schilderen maar aan hem trekken. Het Amerikaanse boek Photorealism van Louis K. Meisel raakte hem in zijn ziel: zó zou hij willen schilderen. Het Photorealism was in Amerika ontstaan als reactie op de abstracte schilderkunst: schilderen alsof het gefotografeerd is. Denk bijvoorbeeld aan een Harley Davidson waar je in de glanzende benzinetank nog een heel scherp landschap kunt zien.

Hij begon met het schilderen van magisch realistische afbeeldingen, zoals Carel Willink dit deed. Maar men zat niet op een tweede Willink in Nederland te wachten. Hij ontwierp enkele honderden (alternatieve) ansichtkaarten voor de toeristen in Amsterdam. Toen hij daarmee stopte, kreeg hij een reis naar New York aangeboden om daar ‘het echte photorealism’ te ontdekken. Daar werd hem duidelijk gemaakt, dat zijn kracht niet in het navolgen van andere schilders zat, maar dat hij een eigen stijl moest gaan ontwikkelen. Via deze zoektocht kwam hij uit bij het uiterst nauwkeurig en zeer sterk vergroot schilderen (hyperrealisme) van ‘huis-tuin-en-keuken-afbeeldingen’ zoals een slakom, een afwasmachine, een plastic bakje frites met mayo, een hamburger, broodje gezond, een net getrokken verstandskies, een platgereden blikje coca-cola, een kreeft, zacht gekookt eitje in de dop met het zoutvaatje ernaast. En een gebakken eitje met zachte dooier… Dit laatste is een ‘ikoon’ van zijn werk geworden.

Tjalf schildert – zou je kunnen zeggen – als een fotograaf: hij laat bijzondere kanten zien van iets doodgewoons: bijvoorbeeld een olijf die met olie vastgeplakt zit aan de binnenkant van een slakom. Of een donkerbruin geribbeld randje van een gebakken ei.

Zijn tweede passie is het fotograferen. Hij gebruikt de fotografie niet alleen voor zijn schilderijen, maar ook om via foto’s de kijker iets nieuws in iets heel alledaags te laten ontdekken: kit-afdrukken op een muur, die op mannelijke zaadcellen lijken, kleurige vlakken van oude, afgebrokkelde beschilderingen op de Berlijnse Muur, stillevens van kleur en licht / schaduw met bijvoorbeeld een oude tweezitsbank tegen een wand met graffiti. Wat je bij hem niet (snel) zult zien, zijn mensen en levende dieren op zijn oudere schilderijen en foto’s. Je kunt ook fantaseren, wat daar de reden van zou kunnen zijn.

Wat mij bij Tjalf vooral raakt, is zijn fenomenale vakmanschap om met olieverf, gecombineerd met een Rembrandtsiaanse lichtval iets doodeenvoudigs te schilderen. Daarnaast is hij een gelukkig mens, die kan leven van zijn grote passie: het schilderen.

Op YouTube vind je meerdere prachtige filmpjes over een bijzondere schilder: Tjalf Sparnaay. De muziek bij de filmpjes is meestal door hem gecomponeerd, want Tjalf is een begenadigd pianist. Ik vond het heel bijzonder om hem te mogen ontmoeten.

Een vers-getrokken verstandskies met het bloed er nog aan en het gaatje dat het trekken noodzakelijk maakte
Tjalf voor een van zijn schilderijen
Uitleg voor de Vrienden van het Museum Jan van het ‘bakje patat met mayo’. Als je er met je neus bovenop gaat zitten, zie je de zoutkorreltjes…
Heel relaxed loodst Tjalf ons langs zijn schilderijen
Foto’s van stukjes van de Berlijnse Muur
Naast zijn ‘gebakken eitje’ nog een foto van ‘zaadcellen’ aan de muur (= kit-resten van het opplakken van een naambord)
Zijn fenomenaal geschilderd ‘gebakken eitje op een bedje van goud’